![]()
Kuifje in Parijs
Uw reporter: Jan Aarnout Boer
De Hergé tentoonstelling in Centre Pompidou
In de Sapristi!!, die zojuist is verschenen, wordt aandacht besteed aan de Hergé tentoonstelling die in de maak is in het Centre Pompidou, in Parijs. Deze tentoonstelling is afgelopen woensdag, 20 december, voor het publiek geopend. Afgelopen dagen was ik in Parijs en heb alvast de sfeer kunnen proeven. Hierbij een korte impressie over de tentoonstelling en de boeken die naar aanleiding hiervan op de markt komen.
Wat het Centre Pompidou is hoef ik waarschijnlijk niet meer toe te lichten: een prachtige tempel voor de moderne kunst, gelegen in het centrum van Parijs. Van een afstand lijkt het wel een fabriek of energiecentrale, met een groot aantal buizen en installaties aan de buitenkant van het gebouw. Nu, speciaal voor de Hergé tentoonstelling, hangt er een groot doek waarop de 'Kuifje-raket' in vol ornaat staat afgebeeld. Van boven naar beneden, deels achter de karakteristieke roltrappen.

Paris by day

Paris by night
Binnen is de opbouw voor de tentoonstelling vrijwel gereed. Het lijkt er op dat kapitein Haddock vlak voor ons langs geweest is: zijn krachttermen zijn overal op de vloer neergedwarreld.

De laarzen en jas van mijn vrouw.

Uw reporter
De tentoonstelling zelf vindt plaats op de benedenverdieping (-1) en is gratis toegankelijk! Als je het gebouw inloopt, wordt je verwelkomd door een zuil van ruim 10 meter hoog, met op de voorkant een afbeelding van Kuifje die van de raket naar het maanoppervlak afdaalt en op de achterkant allerlei schrijfwijzen van de naam van Hergé.

De pilaar, voorkant.

De pilaar, achterkant.
Omdat de tentoonstelling nog niet officieel geopend was maar ik als vertegenwoordiger van het Hergé Genootschap natuurlijk wél een streepje voor heb - mocht ik van de conservator van het museum alvast een blik naar binnen werpen.
Veel originele platen van Hergé dat blijft altijd erg mooi te zien, ook al ken je een aantal ervan al wel van eerdere tentoonstellingen en erg veel covers van het tijdschrift Le Petit Vingtième en van het weekblad Kuifje. Dit is voor veel 'fans' van Kuifje natuurlijk leuk te zien, maar de experts onder ons kennen de meeste van deze covers al lang. Voor hen is dit iets minder spannend. Maar ja, zo'n tentoonstelling maak je natuurlijk voor een breed publiek en daarvoor zijn deze covers geheel onbekend.

De laatste voorbereiding voor de tentoonstelling

Covers van Le Petit Vingtième
Uitgaven rondom de tentoonstelling
Er zijn bij het Centre Pompidou drie verschillende Hergé items te scoren. Het makkelijks c.q. goedkoopst (gratis) is een foldertje van het Centre Pompidou met daarin een overzicht van de tentoonstellingen die er in de maanden december 2006 tot en met februari 2007 plaatsvinden. Op de cover staat de raket afgebeeld. Binnenin een paar pagina's Kuifje; het stelt niet veel voor, maar een gegeven paard mag je niet in de bek zien, dus meenemen!

Folder Centre Pompidou.

Boek over Le Lotus Bleu
Vervolgens ik bouw op, van onbeduidend naar geweldig! een boek van Pierre Fresnault Desruelle over de Blauwe Lotus. Dit album staat bij veel Kuifjekenners op nummer 1 van de top 3 (en top 10) vanwege de geweldig mooie tekeningen in de originele (niet gekleurde) uitgave. In het boek vinden we tientallen afbeeldingen van de originele platen. Ook wel bekend werk, maar die platen met hun licht blauwe inkleuring (voor de grijstinten) en de witte retouches van de hand van de meester blijven een lust voor het oog. Aan het eind van het boek worden er, als een toegift, diverse vergelijkingen gemaakt van scènes uit de Lotus met later werk van Hergé.
Zie ondermeer de afbeelding, waarop Kuifje in de Blauwe Lotus (plaat 20) vergeleken wordt met een tekening in de Zaak Zonnebloem (plaat 50). Dergelijke vergelijkingen zien we ook van Jansen en Janssen in de Blauwe Lotus (plaat 100 in de originele versie (J&J liggen in het ziekenhuis nadat ze op hun snufferd zijn gevallen) met de tekening in de Zaak Zonnebloem (plaat 28, J&J wéér in het ziekenhuis).

Illustratie uit Les Mystères du Lotus Bleu
Hergé: een opzienbarend werk
Onder de eenvoudige titel 'Hergé' hebben het Centre Pompidou en Moulinsart een bijzonder werk geproduceerd. Een boek van 1.050 pagina's, een formaat van 15,5 cm breed, 15,5 cm hoog en 7,5 cm dik samen een gewicht van 1.500 gram dat kom je niet vaak tegen. Maar, het gaat natuurlijk niet om omvang of gewicht, het gaat om de inhoud. En die mag er ook zijn.

Het boek Hergé naast deel V van de bijbels van Goddin
en een stapeltje van 13 albums van de Zonnetempel
Even een vraag tussendoor: kent de lezer de 'bijbels' van Philippe Goddin? In het jaar 2000 verscheen deel I van de Chronologie d'une oeuvre, het monumentale naslagwerk over alles, maar dan ook alles wat Hergé in zijn leven getekend heeft. Vanaf 2000 kwam er elk jaar één nieuw album bij, met in jaar 2004 als voorlopig eind nummer V. In elke editie wordt een deel van het leven van Hergé beschreven, bijvoorbeeld in deel I de periode 1907 1931 en in deel V de periode 1943 1949. Helaas, in 2005 en 2006 is Philippe Goddin op een ander project ingezet, en wel de complete biografie van Hergé.
Welnu, de bijbels van Goddin hebben voor 100% ten grondslag gelegen aan het boek 'Hergé'. Een team, bestaande uit een aantal personen verbonden aan Centre Pompidou, aangevuld met diverse medewerkers van Moulinsart zoals daar zijn Didier Platteau, Michel Bareau, Bernard Tordeur en Dominique Maricq, heeft het werk van Goddin opgepakt en gedacht: 'welke illustraties zullen wij gaan gebruiken bij een vergelijkbaar project, dat echter in één deel moet worden samengebundeld?'. Omdat het uitgangspunt zo schitterend is, kan deze 'spin-off' natuurlijk niet tegenvallen, maar de doelgroep is een andere. Daar waar de doelgroep van Chronologie d'une oeuvre bestaat uit de die-hards onder de Hergé adepten ik denk dat circa 15% van de leden van het Hergé Genootschap de boeken van Goddin gekocht zal hebben is de doelgroep voor het nieuwe werk véél breder. Het maakt ook wel uit of je 7 keer een bedrag van rond de 80 moet uitgeven, of éénmaal een bedrag van 35.
Voor de 85% van het Hergé Genootschap dat het werk van Goddin nog niet in huis heeft, heb ik dus maar één advies: ren naar de stripwinkel en haal het werk in huis. Niet alleen dat, maar geniet ervan, laat al die schitterende afbeeldingen op je inwerken en bewonder Hergé niet zozeer als schrijver / tekenaar van leuke stripboeken, maar ook als grafisch ontwerper, als waarlijk groot kunstenaar.
Nog even terug naar Goddin: zijn reeks is gekomen tot en met 1949, in 5 delen. Het onderhavig boek over Hergé telt 1.042 pagina's tekst, waarvan 722 tot en met 1949. De liefhebber die al een paar jaar op een droogje zit en uitkijkt naar de laatste twee werken van Goddin, krijgt nu wél al een voorschot op de periode tussen 1950 en 1983.



Een paar afbeeldingen als voorproefje. Een getekende pagina uit Mannen op de Maan, de dramatische scène waarbij Wolff uit de doeken doet hoe hij door chantage zover is gekomen te gaan samenwerken met een buitenlandse mogendheid; een cover van het weekblad Tintin (en wel de Franse editie; deze cover werd niet in weekblad Kuifje of de Belgische Tintin geplaatst) en een schets van een pagina uit Kuifje en de Picaro's.
Het boek over Hergé ligt inmiddels ook in de Nederlandse en Belgische stripwinkels te koop voor de luttele somma, zoals ik al schreef, van 35.
Lire, 'hors serie'.

De stroom tijdschriften over Hergé is in 2006, nog slechts de aanloop tot 2007 waarin het 100ste geboortejaar van Hergé wordt herdacht, schier oneindig.
De Nederlandstalige markt loopt een beetje achter, de
Fransen pakken flink uit. Het tijdschrift Lire - een Frans literair tijdschrift gaf
een extra nummer uit speciaal over Hergé, van de voor tot de achtercover. Veel bekend
werk, maar toch ook wel leuke nieuwtjes. Ik weet dat in de vorige Potverpillap@p al enige
aandacht aan dit (en het volgende!) tijdschrift is besteed, maar toch even een klein
extraatje voor het geval je geen gelegenheid hebt het te kopen. 

2 pagina's uit Lire
Vanzelfsprekend is één artikel gewijd aan de tentoonstelling in Centre Pompidou. Heel toepasselijk wordt er een verwijzing gemaakt naar het album De Alphakunst, waarin het Centre Pompidou wordt genoemd. Zie plaat 6, pak het boek er maar even bij! Daarin wordt het Centre door emir Ben Kalish Ezab vergeleken met een olieraffinaderij. Citaat: ' En van de Eiffeltoren had ik een boortoren willen maken. Ik heb zelfs een aanzienlijke som geboden voor die raffinaderij die pas in Parijs is neergezet en waarvan ze een museum hebben gemaakt'. Zijn interviewer op de TV, Thoman d'Hartimont, trekt de wenkbrauwen verbaasd omhoog, en zegt 'U bedoelt het Centre Beaubourg, excellentie! Maar dat is geen raffinaderij, dat is een echt museum!'.
Verder een artikel over het weekblad Tintin; de vraag of er nu wel of niet een Kuifjefilm in Hollywood wordt gemaakt; een analyse over de klare lijn en veel belangstelling over niet gepubliceerd werk van Hergé. Denk bij dit laatste aan bijvoorbeeld het werk Le Thermozéro, waar Jeroen Denters in Duizend Bommen! ook over geschreven heeft.

Pagina uit Le Thermozéro
Dit nummer van Lire telt ruim 100 pagina's over Hergé en is bijzonder mooi verzorgd. Dus: als je het kunt bestellen / kopen, zeker doen1
Beaux Arts




We willen je niet al te veel vervelen, daarom nu de laatste tijdschriftbespreking voor vandaag. Ook het tijdschrift 'schoone kunsten' doet een duit in het zakje. Je kunt je bijna niet voorstellen dat er weer iets nieuws te melden is . Eén artikel gaat over de kunst in de albums van Hergé. Op het eerste plaatje zien we de bekende afbeelding van pagina 1 van het Gebroken Oor, waar Hergé zich als bezoeker van het museum heeft afgebeeld. Daarna een paar voorbeelden van kunst, zoals Egyptische kunst in de Sigaren, Chinese kunst in Lotus, 14e eeuwse kunst in de vorm van De slag bij Zileheroum uit de Scepter en het 'zwarte vlak' van Malevitch (in een iets andere vorm door Hergé weergegeven in de Sovjets). Sommige voorbeelden kende ik al, een paar waren toch weer een toevoeging aan de reeks 'kunst in het werk van Hergé'.
Een tweede artikel gaat over verzamelaars in de albums van Hergé. Er worden vijf genoemd, te weten Mister Goldwood (verzamelaar van primitieve kunst, Gebroken Oor), Aristide Rapier (verzamelt portefeuilles, de Eenhoorn), Ivan Sakahrine (scheepsmodellen, de Eenhoorn), de gebroeders Vogel (antiquairs / boeven, de Eenhoorn) en tot slot Kuifje en Haddock zelf, bij de tentoonstelling van de spullen die zijn opgedoken uit het wrak van de Eenhoorn.
Dit zijn zeker niet alle verzamelaars die we in de albums van Hergé tegenkomen. Denk bijvoorbeeld aan Lazlo Carreidas in Vlucht 714. Hij verzamelt onder meer Picasso's en hoeden van het merk Bross and Clackwell. Ideetje voor een komende Kuifjequiz: wie kent nog meer verzamelaars in de albums van Hergé?